Verwijzing
november 23, 2009 at 12:08 pm | In Uncategorized | Leave a CommentVerdere berichten, al dan niet over Hongarije, zullen worden gepost op rantstad.blogspot.com
Update
januari 30, 2009 at 2:32 pm | In Uncategorized | Leave a CommentIk wilde eens kijken of ik deze blog naar google blogs kon exporteren om aldus meer met de layout te kunnen spelen, maar blijkbaar is dit niet echt mogelijk. Ter herinnering heb ik een screenshot daarvan aan de layout hier toegevoegd. Altijd leuk.
Verder ben ik nog steeds in Hongarije en vind ik het hier nog steeds geweldig. Ik ben geslaagd voor al mijn examens (in Hongarije althans, al verwacht ik voor religie nu ook niet echt zware problemen) en we zijn dringend op zoek naar een roommate om mij op te volgen. Ik kan me inbeelden dat dat niet gemakkelijk is
.
En ja, ik zal nog wel eens iets langer schrijven.
De Terugreis
januari 8, 2009 at 10:42 am | In Thuis huis, op schok | 2 CommentsOpeens, opeens was het 23 december. Ik weet echt niet hoe dit gebeurd is. Het leek alsof ik enkele dagen tevoren nog kennis had gemaakt met Ádám terwijl hij szilvásgomboc klaarmaakte of dat ik pas gisteren benieuwd de rode metro naar Astoria nam om mijn nieuwe universiteit te bewonderen. Tempus fugit, zeggen ze dan. En dat is ZO waar. Vier maanden, dat is echt niets. Gelukkig sta ik er 17 januari al opnieuw. En kan ik daartussen eindelijk nog eens wat Nederlands praten met de mensen. Ook met wildvreemden op straat, als ik dat zou wensen.
Want ik heb in Hongarije niet alleen soms enkele mensen gemist, maar ook mijn moedertaal. De mogelijkheid om met iedereen om mij heen zonder nadenken op Nederlands te kunnen overschakelen was bevrijdend. Niet dat Engels zo verschrikkelijk was, maar je kon er echt nooit van uit gaan dat mensen dat zouden begrijpen. En je kon de mensen ook nooit helpen, want ze werden al snel wantrouwig als er in het Engels gerepliceerd werd. En dat gevoel is echt nooit leuk.
Of de eerste keer dat ik een deur probeerde te openen waar een Hongaars opschrift dit blijkbaar uitdrukkelijk verbood. Of een belangrijk nieuwsfeit waar ik beelden bij wou, maar waar ik dan met Hongaarse of Duitse duiding genoegen moest nemen (OK, ze hadden BBC en CNN en er bestaat zoiets als deredactie.be, maar ik wou het Journaal). Of de metro, die mij in het Hongaars vertelde dat de deuren dadelijk en bruusk zouden sluiten. Bijnadoodervaring.
Verder zijn de mensen daar wel extreem vriendelijk. Want het is niet omdat zij niet door mij in het Engels wilden geholpen worden, dat zij míj niet wilden helpen. In het Engels, in het Duits, of in het Hongaars met hevige gebaren. Als ik dan niet van de eerste keer mee was, herhaalden ze het geheel trager en luider, alsof dat mij opeens inzicht in de Hongaarse syntaxis zou geven. Soms was dat ook zo.
Ook in de lessen was iedereen onmiddellijk zeer in mij geïnteresseerd. Klasgenoten schakelden vaak op Engels over (zelfs tegen elkaar!) zodat ik het gesprek zou kunnen volgen, iets wat ik in Leuven toch nog niet zoveel heb zien gebeuren. Of ze vroegen hoeveel talen er in België gesproken werden en hoe hard Flemish en Dutch nu op elkaar leken. En waarom ik in godsnaam naar Hongarije was gekomen. Telkens opnieuw.
Deze uitwijding over land en volk om duidelijk te maken dat Hongarije echt wel een schitterend land is. En erasmus een ervaring die ik iedereen aanraad. Maar ik was dus eigenlijk aan het vertellen hoe de terugreis verlopen was.
Zoals je misschien al opgemaakt had uit de vorige berichten, was het met het openbare vervoer niet ideaal gesteld. Ook de luchthaven had al enkele keren gestaakt. Het leek echter overgewaaid. Tot ik opeens een mail kreeg met de oproep mij drie uur vroeger aan te melden dan voorzien en bovendien in een ander gedeelte van de luchthaven (30 minuten van elkaar verwijderd). Omdat ik van Boedapest in een busje naar Ferihegy Airport zou gaan (geen overbodige luxe met al die stakingen), was ik hiervan afhankelijk. Een telefoontje naar de busjesmaatschappij stelde mij echter gerust: enkel “transatlantische” reizigers moesten er drie uur vroeger zijn (waarom konden ze dat dan niet in hun mail zetten, knuppels) en hij zou ons rechtstreeks naar Ferihegy 2 brengen. Hoera!
Dan restte mij enkel nog een (weliswaar tijdelijk) afscheid aan Ádám, die meegekomen was, en Boedapest. Alleen in Ferihegy 2 zag ik dat de check-in nog maar nauwelijks begonnen was en dat ik me dus nodeloos zorgen had gemaakt. Omdat ik erg veel bagage thuis te brengen had, en de limiet 20 kg is, had ik mijn ene valies tot handbagage gepromoveerd. Ik droeg deze nonchalant over mijn ene schouder, alsof iedereen constant zware reiszakken als handbagage incheckte. Toen het eerste meisje aan de balie opmerkte dat mijn reistas bezwaarlijk handbagage genoemd kon worden, had ik een sterk betoog klaar. Nergens voor nodig, want het tweede meisje nam ook de tweede zak aan, keek het andere meisje aan en zei “we staken”. 36 kg bagage. Hiermee heb ik Noémi’s record van 32 kg gebroken. Het is om fier op te zijn.
Ook de paspoortcontrole was niet erg zorgvuldig. Een man keek mij aan, wuifde mij weg met een handgebaar, en mompelde iets dat verdacht veel op “strike” leek. Het checken van de handbagage verliep wel nog steeds erg zorgvuldig, waar een Oost-Europese man duidelijk niet op voorbereid was. De fles pálinka die hij in zijn handbagage “verstopt” had, werd er zorgvuldig uitgefilterd. Waarop de man, licht geïrriteerd, verkondigde dat hij hem dan nu wel zou opdrinken. En zo geschiedde. Nu is een fles pálinka wel wat veel voor één man en ik dacht ook dat overdreven dronken mensen niet op een vliegtuig mochten, maar dat heeft hem niet belet de fles te delen met enkele gelijkgestemden.
De piloot bleek evenzeer een grapjas. Zo verkondigde hij bijvoorbeeld dat zijn copiloot altijd zijn ogen sloot bij het opstijgen omdat hij bang was. Halverwege de vlucht: “hello, since we are a low budget company, you can now view our special movie ‘Misty Clouds of Germany’ from your windows”. Hilarisch.
En toen kwam het roze Wizz Air vliegtuig aan in Charleroi en was ik thuis. Daaag!
VKF – Vitnyéd, Kapuvár, Fertőd
januari 8, 2009 at 10:38 am | In bezoek!, op schok | Leave a CommentSoit, dit doet er eigenlijk allemaal niet toe… ik ging een verslag schrijven over het laatste weekend dat ik in Hongarije heb doorgebracht. Dit deed ik ter afwisseling niet in Boedapest, maar in de heimat van mijn kotgenoten: Kapuvár. Ikzelf had er nog nooit van gehoord, maar het schijnt een respectabel aantal inwoners te hebben én het lief van degene die tweede is geworden in Megasztár (Idool) woont daar. Ik bedoel maar.
Van Boedapest naar Kapuvár trein je gemiddeld tussen anderhalf uur en tweeënhalf uur (hangt er van af of je 200 forint bijbetaalt voor de sneltrein of niet). No such luck. Door een treinstaking, waarvan niemand mij precies kon uitleggen wát de conducteurs nu precies wilden (ik vermoed geld), konden we niet opstappen in het station van Keleti, nabij onze flat. Dan maar dertig minuten met de bus (die reden wel) naar het Déli-station. Van daaruit konden we toch nog een trein nemen tot in Győr, ook niet onmogelijk ver. Het was uiteraard niet de sneltrein, maar we waren met genoeg om die tijd zonder al te veel problemen in gezelligheid door te brengen.
Maar dan, eilaas, had ook deze trein een vertraging. De cruciale vertraging die ons de aansluiting met de bus Győr-Kapuvár deed missen. Dan maar wachten op een volgende trein of bus in de wachtzaal van Győr, die overigens elf mosterdgele banken en één dakloze herbergde. Uiteindelijk kwam er hulp in de persoon van vader Németh, die zijn kroost alsook Balázs en ik kwam oppikken.
Na een autorit van wederom een klein halfuur, bleek dat Noémi en Ádám niet in de metropool Kapuvár woonden, maar in deelgemeente Vitnyéd. Het zal liefhebbers van folklore en vooral Michaël plezieren dat zij beschikten over vele paarden, kippen, parelhoenen, ganzen, honden en enkele katten. De varkens waren helaas niet meer van de partij. Een kort bezoek aan hun garage verklaarde meteen waarom. Het is wel de beste geur die ik ooit al in een garage heb mogen meemaken.

mmm, garage
Er moest echter toch wat sightseeing gedaan worden, dus trokken we naar het Fertőd kasteel. Er werd mij verteld dat het iets weg had van Schönbrunn. Oordeel zelf:

bij nader inzien is het kasteel niet echt duidelijk
Een minder culturele, maar daarom niet minder belangrijke, uitstap was een bezoek aan hun stamcafé Sopi. Echt gezellig, met leuke wandschilderingen (zie foto’s). Het gerucht ging ook dat ze daar de beste pizza’s ter wereld verkochten. Dit kon ik niet ongetoetst laten (het was nochtans niet dat ik eten te kort kwam) en het moet inderdaad gezegd dat ze er erg goede pizza hebben. En toffe muziek draaiden. Weliswaar allemaal Hongaarse underground bands, maar dat was geen obstakel. Integendeel. We speelden er ook een kort spelletje JungleSpeed, waarbij Ádám ondanks ziekte toch viermaal de overwinning wegkaapte. Van de vier keren. Pijnlijk voor de gezonden onder ons.

de muren van Sopi

vlnr: ik, Ádám, Balázs
De terugtocht was wederom niet ideaal, maar we geraakten uiteindelijk wel thuis. Szia!
Taalhumor
december 15, 2008 at 4:34 pm | In Thuis huis | 2 CommentsNeen, deze blogpost gaat niet over de Hongaarse taal (hoewel, nog eentje om het af te leren: menu is étlap in het Hongaars. EET-lap, hoe verzinnen ze het!), maar over de buitenlandse interesse in mijn blogverhalen.
Inderdaad, via Facebook, de site die ieders geheimen prijs geeft, waren mijn huisgenoten achter dit virtueel adres gekomen (niet dat ik dat overigens verborgen hield). Uiteraard waren ze benieuwd wat ik zoal over hen en mijn verblijf hier had geschreven. Helaas is het met hun Nederlands nog slechter gesteld dan met mijn Hongaars en konden ze weinig maken van mijn schrijfsels. Ik was toevallig afwezig, want ik had dat anders met liefde vertaald voor hen (al durfden ze te betwijfelen dat ik getrouw zou vertalen, de snodaards!).
In een moderne tijd als deze mag iets triviaals als een gebrek aan nederlandstaligheid echter geen barrière meer zijn. Met behulp van Google Translator dachten ze er dus alsnog achter te komen. En dat deden ze, min of meer. Ze hebben het mij laten zien, en het was waarlijk hilarisch. Vertalingen als “to shock” (op schok), “to never again” (tot nooit meer) en mijn persoonlijke favoriet “Visit of Rose and Loan” (Bezoek van Roos en Leen) waren het gevolg. Ik heb het dus toch maar zelf vertaald, gezien dat mij aangewezen leek.
Dit korte bericht als een korte pauze tussen Hamlet en Macbeth. Shakespeare studeren is werkelijk de hemel.
Tot nooit meer
december 10, 2008 at 8:50 pm | In universiteit | 1 CommentHet semester loopt hier stilaan op z’n einde, en deze laatste week is eigenlijk vooral essays afgeven (en in mijn geval, schrijven) en gradebook signing. Zo’n gradebook, index genoemd, is een klein zwart boekje (dat er echt tof uit ziet, ik vind dat we dat in Leuven ook zouden moeten invoeren) waarin professoren een score tussen 1 en 5 noteren. 1 is gebuisd, en al de rest is erdoor. Voor degenen die hieruit opmaken dat je al wel erg veel malchance moet hebben om niet tussen 2 en 5 te scoren: 1 is tussen 0 en 49%, 2 tussen 50 en 59% etc. Je moet dus nog steeds wel mathematisch de helft behalen dus. Leuven schijnt dit nog niet door te hebben, want als ik een 2 zou behalen, wordt dat magisch een 9 op 20.
Nu, voorlopig stelt dat probleem zich niet. De prof dystopische literatuur had enkele opmerkingen bij mijn essay, maar gaf mij desondanks het maximum. Wat vreemd is. Of eigenlijk niet. Ik heb altijd al iets tegen het Leuvense systeem gehad dat pretentieus beweert dat perfectie niet te benaderen is. De opdracht was: schrijf een paper van 2000 woorden, over dystopische literatuur, let op uw Engels en gebruik bronnen. En ik deed dat. Me dunkt is dat een perfecte uitvoering van de opdracht. Take that, KULeuven. Gefrustreerd? Welnee.
Naast het krijgen van punten was (en is, want de week is nog niet om) het een constant afscheid nemen. Velen zal ik immers niet meer terugzien. Of niet in levenden lijve, althans. Blijkbaar is het aanvaardbaar om afscheid te nemen met de zin “have a nice life” maar ik vind dat deprimerend. Het is slechts één stap verwijderd van “tot nooit meer”. Voor een volk dat szia of hello zegt tegen elke wildvreemde bij het in- én uitstappen van een lift vond ik dat toch maar triestig. Gelukkig gaan we morgen na de les journalistiek met een aantal mensen(we hebben meerdere vakken tesamen, dus hen ken ik het best) “iets leuks doen”. Dat trekt er al meer op. Szia!
Advent is dromen
december 5, 2008 at 9:22 pm | In Uncategorized | Leave a Comment
Advent is dromen dat Jezus zal komen
Dromen van vrede voor mensen van heden
Advent is dromen dat Jezus zal komen
Dit omdat het al hele dagen door mijn hoofd spookt. Cultuurbarbaren kunnen dat hier op YouTube bekijken. Anderen ook.
Dit niet alleen omdat ik in het bezit ben van een adventskalender (die niet toevallig tevens een aftelkalender naar mijn nakende afscheid aan Hongarije is), maar ook omdat er hier overal adventskransen zijn. Hier in de flat hebben we er één (of een –lelijke- moderne interpretatie althans) maar ook op de universiteit is er op elke verdieping minstens één te vinden. En hoewel december wat mij betreft nog maar net begonnen is (de Sint is nog niet eens geweest!) denkt de meerderheid daar anders over. En hoewel vandaag de laatste dag van mijn voorlaatste lesweek was, verkeert menigeen hier al in opperste vakantiestemming. Vreemd.
Het begon maandag al. De prof van utopische en dystopische literatuur beëindigde de les met de oproep onze grade books vooral niet te vergeten volgende week en dat als we dat wilden, we gerust koekjes “en dergelijke” mochten meebrengen. Ik denk niet dat ik dit nog heb gehoord sinds het zesde middelbaar, maar van mij mag het. Heb ik trouwens al verteld dat de man sprekend lijkt op John Cleese? Waarschijnlijk niet. Die man lijkt echt sprekend op John Cleese.
Diezelfde avond legde ik mijn examen Hongaars af. De grammatica was vreemd, want we hadden die niet gezien (zo zeiden ook de anderen mij), maar het merendeel was gemakkelijk uit de andere zinnen af te leiden, dus geen probleem. De Hongaarse vragen waarop ik moest antwoorden waren van het niveau “mi a neve” (hoe heet je), dus dit was ook niet echt verschrikkelijk moeilijk. Even ging ik bijna de mist in bij “mi a foglalkozása” (welk beroep oefen je uit), omdat ik mij het woord voor student (diák, egyetemista of tanuló – ik had nochtans keuze genoeg!) niet meer kon herinneren. Het enige andere beroep dat ik me kon herinneren was echter “pék” (bakker) en hoewel ik haar wel eens had willen zien weerleggen dat ik ’s ochtends voor dag en dauw broden bak, schoot mij het juiste woord alsnog te binnen en was het niet meer nodig.
De rest van de week ging vrijwel aan mij voorbij door een opstapelend slaapgebrek en een naderend aantal deadlines. Degenen die menen dat Erasmus voor toeristen is, mogen eens ik terug in België ben eens met mij komen praten. Want ik heb het niet over wat semestermoeheid, maar werkelijk het hardcore in slaap vallen zowel in de les als achter de computer, met strepen op mijn nota’s en sghsdrhdmhdf-combinaties op mijn Word-documenten tot gevolg. Daar staat tegenover dat ik na de negen heilige papers slechts twee examens heb (in Hongarije dan) en dat ik voor het eerst sinds twee jaar (niet zo verschrikkelijk lang, ik besef dat) voluit Kerstmis en Nieuwjaar kan vieren, om dan gesterkt Religie af te leggen in Leuven. Hoera daarvoor! Szia!
PS: Morgen komt Szent Mikulás!
Het sneeuwt hier ook, soms
november 29, 2008 at 5:01 pm | In Uncategorized | 5 CommentsMomenteel helaas niet. Maar toen er in België sneeuw was, was er hier ook een beetje. In de Hongaarse dorpjes ligt naar verluid wel wat meer, maar in Boedapest heb ik enkel grijzige smurrie aangetroffen die naast heel koud zijn niets te bieden had. Maar toen er dus een beetje sneeuw was, zag Boedapest er als volgt uit:
Dit is waar ik naar toe werk:
Of zelfs wat meer sneeuw. Voorlopig moet ik het echter zonder de minste witte kleur stellen. Ik zal het kerstgevoel dus zelf moeten ensceneren door een warme winterjas, een sjaal en de bijbehorende muts en handschoenen. Want koud is het hier wel. Ook de adventskalender, mij geschonken door Leen en Roos, hangt indertussen mooi op en wordt vanaf morgen in gebruik genomen, wanneer ik mijn laatste maand hier inga. Dat alleen al is reden voor melancholie. Wanneer ik dan ook nog eens met Organum’s onofficiële kerstCD over de Rakoczi Ut kuier (Hugo Distler is mijn nieuwe held), kan het kerstgevoel echt niet meer stuk. Eventueel bezoek ik zelfs Budapests kerstmarkt, al is mij dat afgeraden ten voordele van die van Wenen. Maar dat is wat ver. Szia!
PS: Ze hebben hier een winterliedje (dat deels over sinterklaas gaat, naar het schijnt) op de melodie van Altijd is Kortjakje ziek: Hull a pelyhes fehér hó. Je kan dat hier op YouTube bekijken, mijn excuses voor de beat eronder, ik vond geen betere versie. Je kan je de blikken van verbazing voorstellen toen ik het van de eerste keer kon meezingen
PPS: Ik heb net Weihnacht yoghurt gegeten met kleine rendieren van chocolade. Ik ben een fan.
Roos en Leen (deel 2)
november 22, 2008 at 10:04 pm | In Uncategorized | 9 Comments
De Hongaarse les was zoals altijd weer een pijnlijke herinnering aan mijn onkunde. Het hoogtepunt van de les was het voorstellen van onze hobby’s. Nu had degene voor mij al “gitara” gezegd, dus vond ik dat ik iets nieuws moest verzinnen. Eilaas, opnieuw ging ik ten onder aan mijn drang tot vernieuwing. “Hegedű” zei ik. Maar ik speel helemaal geen viool, ik denk zelfs niet dat ik er ooit al één langer dan vijf minuten aangeraakt heb, waarna een boze vioolvirtuoos dan zei dat mijn boogtechniek niet goed was en mijn strijkstok afpakte. Dit terzijde. Maar wat ik dus eigenlijk wou zeggen was piano, ofte “zongora”, en dat werd mij duidelijk eens de woorden mijn mond verlaten hadden. Waarop Ildikó opmerkte dat Francesco, Katharina en ik een concert konden geven. Ik vermoed dat ze mijn wit wegtrekken als podiumangst heeft geïnterpreteerd. Mooi zo.
Ondertussen hadden ook Roos en Leen niet stilgezeten. We hadden tevoren lang gebrainstormd in Gellért over wat ze precies konden klaarmaken. Een vegetarisch gerecht wordt hier immers niet op prijs gesteld, en een tekort aan voedsel evenmin. Het gerecht van hun keuze bevatte dus niet één, maar twee vleessoorten en kon ruwweg een tiental mensen voeden. Mijn Hongaarse flatgenoten (of zo vertelden ze mij toch later) wilden niet overkomen als de veelvraten die ze eigenlijk toch wel zijn, en hielden het dus bij een bescheiden hoeveelheid. Met als gevolg dat ik dat drie dagen op rij heb gegeten. En het was telkens geweldig. Het recept is te verkrijgen bij Roos J.
Omdat het gerecht toch wel redelijk veel room bevatte, en iedereen dus vrij tot zeer verzadigd was, werd er geopteerd Szimpla toch nog een dagje uit te stellen. Liever speelden we één van de vele gezelschapsspelletjes die Roos en Leen meegebracht hadden: Junglespeed.
Het was niet makkelijk om de spelregels naar het Engels te vertalen, tot grote hilariteit van Leen en Roos. Ik blijf er trouwens bij dat “a card is played” een correcte Engelse uitspraak is, en Google steunt mij daarin met 4120 hits. Ik zeg het maar.
Al gauw bleek echter dat de Hongaarse flatgenoten nog harder in het spel opgingen dan wij, die er toch al redelijk in opgaan. Ik ga hier niet heel het spel uitleggen, maar het komt erop neer dat je allemaal beurt om beurt een kaart moet omdraaien en dat er bij bepaalde gelijkgevormde of gekleurde kaarten een in het midden geplaatste totempaal moet gegrepen worden. Om ter eerst, natuurlijk. Volgende foto’s vatten de graduele overgang van samenspel naar waanzin goed samen.
De kaarten werden opnieuw en opnieuw gedeeld, tot het uiteindelijk toch wel erg laat werd. Ook Roos werd het even teveel toen ze nietsvermoedend mompelde “oh no, that are a lot of bollekes”. Toch scheen het alsof ik de enige was die vier uur later in een les moest zitten. Of nee wacht, het was gewoon zo. Dat heeft ons trouwens niet tegengehouden de avond af te sluiten met een spelletje Geo Challenge.
De volgende dag was ik echter verrassend fris en monter, of dat dacht ik toch. Het eerste anderhalf uur kwam ik zonder al te grote problemen door en het anderhalf uur pauze bracht ik in gezelschap van anderen door en niet slapend op de grond. Het derde anderhalf uur was er echter teveel aan. Het fictieve Amerika in 2012 mag dan wel erg interessant zijn, maar het feit dat er een opstand was uitgebroken in Roanoke en dat Rusland ons aanviel kon mij op dat moment erg weinig schelen. Het feit dat we de week erna als president of vice-president konden opkomen, heb ik echter wel onthouden.
Na die intellectuele inspanning trokken we zowaar een tweede keer naar Boeda, alwaar we het Boedakasteel (of hoe je dat in het Nederlands ook zegt) en de Mátyás Templom met een bezoek vereerden. Over de Mátyás Templom twijfelden we aanvankelijk, gezien betalen voor een kerk werkelijk te ver gaat. Uiteindelijk hebben we dat dan toch maar gedaan en het was de moeite waard, want het was echt helemaal anders van de meeste kerken die ik al heb gezien (en gezien een groot deel van mijn jeugd zich in het gezelschap van de Orgelpijpjes afspeelde, zijn dat er heel wat). Geïnteresseerden kunnen een online kijkje nemen op http://www.matyas-templom.hu/eng/allapot.html (doorklikken naar “history” en dan kan je op een kaartje de delen aanklikken die je wil zien, een aanrader).

Het kasteel (of de burcht) van Boeda
Daarna was het alweer tijd voor een les, die grotendeels in een waas aan mij voorbijging. Hoewel ik voor de prof van Sociolinguistics waarschijnlijk net actiever leek dan anders, gezien ik niet helder genoeg meer van geest was om bij de vraag “anyone else” te begrijpen dat hij daarmee niet alleen mij aansprak. Een beetje pijnlijk.
Van hieruit haastten we ons naar een Italiaans restaurant waarvan de naam mij ontgaat, om van daaruit dan toch nog Szimpla te bezoeken, wat naast szilvásgomboc iedere toerist toch eens meegemaakt moet hebben. We speelden daar dat gezelschapsspelletje met die bonen, maar gezien om middernacht onze transportpas in een pompoen veranderde (of ongeldig werd, zo je wil) moesten we daar vroegtijdig een einde aan maken.
Ongelooflijk genoeg zijn we daarna toch nog enkele spelletjes Junglespeed begonnen (deels op aansturen van de Hongaren, die intussen zeer verslaafd waren). Het was dus andermaal een lange dag, maar ook opnieuw een geweldig leuke.
De les Shakespeare daags daarna was dus ook niet ideaal. Volgens mij heb ik bepaalde delen gehallucineerd en ik kan mij niet herinneren dat Ophelia er aan te pas kwam, toch een prominent personage in Hamlet. Maar ik heb wel nota’s, al kan ik me niet meer herinneren dat ik ze gemaakt heb.
Na die les werd de tragedie zo mogelijk nog groter, want het moment van afscheid was gekomen. Op zijn Oost-Europees zag dat er als volgt uit:
Szia!
PS: Ik heb het vice-presidentschap nipt van Zsolt verloren. Wellicht lag de fout bij mijn pacifistische buitenlandse politiek “laten we allemaal vrienden zijn”. Maar Jezus zegt…
PPS: Junglespeed is hier tegenwoordig een gevecht op leven en dood. Ja, er hebben al mensen littekens.
PPS: Als ik deze twee verslagen als paper mocht afgeven, had ik er één van 2000 woorden, niet toevallig de minimum lengte van de meeste papers. Boehoe!
Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.










